Atresie behandelmethodes

    • Om een kanaal te creëren om het gehoor te herstellen;
    • Voor vervanging of verandering van een, twee of alle drie de middenoor-beentjes, indien deze niet
      volledig zijn gevormd voor geluidgeleiding;
    • Het plaatsen van een gehoorapparaatje om geluid te geleiden naar het binnenoor door een ander mechanisme dan geluid door een kanaal;
    • Ten einde abnormaal weefsel (cholesteatoom, goed aardige woekering van de huid) te verwijderen dat normale structuren kan vergroten of vernietigen en daarmee functie of gezondheid van de patiënt kan aantasten.

De timing van de Atresie kanaalplastiek wordt beїnvloed door de afwezigheid of aanwezigheid van Microtie. Als er sprake is van Microtie is de timing afhankelijk van de route naar de oorreconstructie. Terwijl de timing kan variëren, kunnen kanaalreconstructies in de volgende volgorde voorkomen:

  • Atresie operatie gecombineerd met Medpor reconstructie (Combined Atresia Microtia (CAM);
  • Ribkraakbeenreconstructie gevolgd door een Atresie operatie wordt uitgevoerd nadat alle ribtransplantaat-ingrepen zijn afgerond en zijn genezen gedurende een aantal maanden. Een ribtransplantaat-ingreep wordt normaal gesproken begonnen bij een leeftijd van 5-6 jaar en bestaat uit 3-4 fases. Het gehoor moet overbrugd worden gedurende deze fase met botgeleidende apparaten aan de buitenkant;
  • Gedeeltelijk /vernauwde kanaalreparatie waarbij geen sprake is van Microtie kan uitgevoerd worden bij een leeftijd van 3 jaar en een gewicht van 15 kilo;
  • Atresie operatie na een Medpor reconstructie wordt sterk afgeraden omdat de kans op complicaties van het Medpor oor veel hoger is dan bij de andere opties. Bovendien kan de Medpor chirurg niet weten waar het oor geplaatst moet worden zodanig dat het gehoorkanaal uitkomt bij het gereconstrueerde buitenoor.

Gehoorverlies door Atresie en Microtie kan behoorlijke beperkingen veroorzaken, zoals lokalisering van geluid, horen van geluid, schoolprestaties, werkprestaties en taalontwikkeling.

De technologie is zover dat praktisch elke patiënt met deze aandoening weer kan horen door een chirurgisch aangebracht gehoorkanaal of gespecialiseerd gehoorapparaat. Individuele evaluatie is beschikbaar voor elke patiënt, gebaseerd op de gegevens zoals beschreven. Behandeling in een vroeg stadium verhoogt de kans op maximaal resultaat.


Het binnenoor is aanwezig bij Atresie, maar het geluid kan de gehoorzenuw niet bereiken door de afwezigheid van de gehoorgang of het trommelvlies.

Een evaluatie kan uitgevoerd worden op een van de wereldwijde conferenties of door het mailen van de benodigde gegevens naar het internationaal centrum van Atresia & Microtia Reconstructie.

De gegevens moeten dan minimaal het volgende bevatten:

  • Gehoortest;
  • CT Scan van het rotsbeen;
    (bij een leeftijd van 2,5 jaar of ouder)
  • Medische geschiedenis.

Bent u geïnteresseerd in een consult op de conferentie, neem dan bovenstaande documenten mee. U kunt ook uw gegevens sturen naar het  kantoor in Palo Alto, Californië, Amerika, voor een gratis evaluatie.

Elke Atresie patiënt is uniek. Met de juiste gegevens en onderzoeken, kan dr. Roberson opties bieden voor behandeling inclusief alternatieven, kans op succes, risico’s, de winst bij behandeling en toekomstige ontwikkelingen. Onderwijs en carrière worden gemaximaliseerd als men met twee oren hoort.

DE VOLGENDE DRIE TESTEN ZIJN NODIG VOOR EEN EVALUATIE:

Gehoortest

Een gehoortest zal vaststellen of de binnenoor zenuwfunctie aanwezig is. In bijna alle gevallen van Atresie is het gehoorverlies “geleidend” van aard en kan verminderd worden door het obstakel naar het geluid te verwijderen en een trommelvlies te creëren. In sommige gevallen, wanneer er geen gehoorkanaal gemaakt kan worden, kan een gehoorapparaat het obstakel omzeilen en het binnenoor stimuleren ten einde de patiënt te laten horen.

Let op: test beide oren omdat in 27 % van de gevallen het “gewone” oor ook gehoorverlies heeft.

 Rechts Microtie Atresie. Geleidend gehoorverlies door Microtie Atresie (normale binnenoorfunctie).
CT Scan van het binnenoor

CT Scan van het rotsbeen ( Ossa Petrosa )zorgt ervoor dat de structuur van het binnenoor zichtbaar wordt en geëvalueerd kan worden. Een waarderingsschema wordt gebruikt om vast te stellen of iemand in aanmerking komt voor een chirurgisch gemaakt kanaal. Kans op succes kan ingeschat worden naar aanleiding van deze CT Scan, gebaseerd op ervaring met duizenden patiënten. De vroegste leeftijd voor een scan is 2,5 jaar. Of het een correcte scan betreft, kan beoordeeld worden op www.atresiarepair.com

Normaal oor.                                                    
Atresie oor zonder gehoorgang maar normale binnenoorstructuur.
Medische geschiedenis

Atresie en Microtie kunnen een onderdeel zijn van een syndroom dat meer omvat dan alleen het oor. Evaluaties moeten bepalen of de nieren, hart, hoofd en nek normaal zijn of dat er buiten het oor ook nog meer problemen zijn. Een evaluatie van een kinderarts dichtbij huis kan vaak aangeven of er sprake is van een aandoening naast Atresie en Microtie. Of men in aanmerking komt voor een operatie hangt af van zekerheden en evaluaties voorafgaand aan de behandeling. Plannen is essentieel voor een behandeling op maat.

Elke patiënt heeft een toegewijd team nodig
voor een maximaal resultaat.
Individuele behandelplannen worden bepaald voor elke patiënt.


Bron: dr.  Roberson

Gehoor

Zonder oor of gehoorgang kun je niet horen. Dit is bij de meeste mensen met Microtie het geval. De gehoorgang, het trommelvlies en het middenoor met de gehoorbeentjes zijn niet intact, waardoor er geen normaal gehoor kan zijn. Maar het slakkenhuis is in de meeste gevallen wel aanwezig en werkzaam. Het slakkenhuis is het binnenste deel van het oor waar de geluidsgolven normaal gesproken via de gehoorgang en het middenoor worden omgezet in een zenuwsignaal. Dat zenuwsignaal gaat de hersenen in. Dit maakt het mogelijk om het gehoor te revalideren door middel van een zogeheten botimplantaat met daarop een beengeleidingshoortoestel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een implantaat (hoorschroefje) in het schedelbot of een onder de huid geplaatste magneet achter het oor waar een klein apparaatje op kan worden geplaatst. Het plaatsen van dit implantaat is mogelijk vanaf de leeftijd van 4 jaar. Het kleine gehoorapparaat zorgt ervoor dat het geluid via trillingen door de schedel het slakkenhuis kan bereiken. Herstel van het gehoor is erg belangrijk voor de spraak-taal ontwikkeling van een kind. In het verdere leven blijft dit belangrijk om te kunnen bepalen waar geluid vandaan komt en om de omgeving goed te blijven verstaan, bijvoorbeeld tijdens school/studie of werk.

      

Patiënt met abutment.                      Patiënt met beengeleidingshoortoestel  (processor) op  het botimplantaat.                                                                     

   

Schematisch plaatje van de beschikbare typen botimplantaten met bijbehorende beengeleidingshoortoestellen (links Cochlear en rechts Oticon Medical).

Een normaal hoorapparaat is in de meeste gevallen van Microtie geen oplossing om het gehoor te verbeteren. Er is namelijk geen mogelijkheid om deze te bevestigen. Een normaal gehoorapparaat versterkt het geluid van buiten af. Omdat er vaak geen volledige gehoorgang en middenoor zijn, kan dit (versterkte) geluid niet voldoende worden doorgegeven aan het slakkenhuis en zal het kind hiermee dus niet genoeg gaan horen.

Als slechts één oor is aangedaan is het plaatsen van een botimplantaat niet in alle gevallen nodig. Het andere (goed werkende) oor kan het geluid uit de omgeving in principe voldoende opvangen. Daarmee kan een kind in veel gevallen voldoende horen. Toch levert het ontbreken van een oor (en dus gehoor) problemen op wat betreft het achterhalen waar een geluid vandaan komt (richting horen). Zeker wanneer je je in een luidruchtige omgeving bevindt, zoals in een klas. In zo’n geval zullen mensen met één oor meer moeite hebben met het verstaan van andere mensen. Juist in dat soort lastige luistersituaties is het horen met twee oren makkelijker dan met één oor. We bieden dan ook bij eenorigheid laagdrempelig een proef aan met een beengeleidingshoortoestel op een softband (zie foto). Dit kan al vanaf de leeftijd van 3-6 maanden. Tijdens zo’n proef krijgen ouders altijd advies over waar zij op kunnen letten.

Een dergelijke proef kan ook altijd op een later moment gestart worden. Uw kind, of zelfs op een nog later moment in het leven als volwassene, kan zo’n toestel op een softband of metalen hoofdband proberen om te kijken of het hier voordeel van heeft. In dat geval wordt het apparaatje op een band vastgemaak.

in plaats van op het schroefje dat in de schedel gezet wordt. Dit werkt vrijwel hetzelfde als wanneer je het apparaatje op de schroef zou zetten. Op deze manier kan uw kind aan het mechanisme wennen en kijken of hij of zij het fijn vindt om te gebruiken.

Het hebben van maar één oor heeft in de meeste gevallen geen invloed op de spraak-taalontwikkeling van een kind. In sommige gevallen kunnen zich wel problemen in de spraak-taalontwikkeling voordoen bij een kind met één oor. Indien nodig zal het kind vaker gecontroleerd worden en kan extra ondersteuning ingeschakeld worden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van logopedie, een schoolbezoek, of aanvullend onderzoek op het Audiologisch centrum.

kind met softband

Kind met een Softband.

Wanneer beide oren zijn aangedaan (Bilaterale Microtie), is het belangrijk om zo snel mogelijk het gehoor te revalideren omdat er in dit geval per definitie sprake is van een bepaalde mate van gehoorverlies. In dit geval is het raadzaam dat een kind zo snel mogelijk een beengeleidingshoortoestel, en bij voorkeur twee, op een softband krijgt. Bij pasgeborenen is het niet verstandig om dit apparaat op een schroefje aan te bieden, omdat de schedel dan nog moet uitgroeien. Het is pas mogelijk dit implantaat te plaatsen, wanneer de schedel dik genoeg is, meestal is dit wanneer uw kind ongeveer 4 jaar is.

Als beide oren zijn aangedaan zal het kind ook vaker gecontroleerd worden dan wanneer er maar één oor is aangedaan. Tijdens het plaatsen van de implantaten (schroefje) wordt rekening gehouden met of het kind later eventueel een reconstructie van de oorschelp zou willen. De implantaten komen dan op een iets andere plek, zodat er ruimte genoeg blijft voor een eventuele reconstructie van de oorschelp.

Bron: dr.Hol