Prof. dr. C. Cremers

Op 7 mei 2010 heeft hoogleraar Otologie Prof. Cor Cremers na 36 jaar afscheid genomen van het UMC St. Radboud. In die tijd is hij uitgegroeid tot een internationaal erkende autoriteit op het gebied van erfelijke doofheid en van de gehoorverbeterende oorchirurgie. Enkele maanden na zijn pensionering werd prof. Cremers part time actief  als Medical Consultant bij Oticon Medical.

Biografie

Cor CremersAl na zijn doctoraal Geneeskunde in 1972 startte Cor Cremers met zijn studies naar de oorzaken van erfelijk gehoorverlies bij kinderen. Het Instituut voor Doven ontving hem als onderzoeker. Tijdens zijn coschappen in het RadboudUMC ontstonden contacten met andere families, die tot beschrijvingen in zijn proefschrift leidden. Na zijn artsexamen werkte hij acht maanden als arts-assistent Algemene Chirurgie bij het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen).Vervolgens werkte hij als arts-onderzoeker bij de afdeling Anthropogenetica (hoofd: prof. dr. S.J. Geerts) van de Radboud Universiteit, om zijn proefschriftstudie te voltooien.

Zijn opleiding tot KNO-arts startte in 1975 bij de KNO-afdeling van het RadboudUMC. In 1976 verdedigde hij zijn proefschrift en drie jaar later werd hij geregistreerd als KNO-arts. Daarna bleef hij tot 2010 als staflid KNO-arts verbonden aan het RadboudUMC. Hij werd in die periode benoemd tot universitair hoofddocent, chef de clinique en later hoogleraar.

In de periode 1986-1989 was hij lid van het directoraat klinieken van het RadboudUMC. Zijn klinische en wetenschappelijke werk richtte zich vooral op de otologie, otoneurologie en otogenetica. Het opstarten en uitbreiden van de toepassingen voor (deels) implanteerbare hoortoestellen bracht de Nijmeegse Keel-Neus-Oorheelkunde wereldwijd gezien in de voorste gelederen. Hetzelfde geldt voor het werk op het gebied van de klinische en moleculaire otogenetica. De Nijmeegse otogenetische familiestudies vanwege (syndromaal) gehoorverlies bleken zeer geschikt voor genkoppelingstudies en latere gen-identificatie.

Prof. dr. Cor  Cremers geniet internationale bekendheid om zijn kennis en kunde van (aangeboren) middenoor- en gehoorgangafwijkingen. Zo ontwierp hij een nieuwe klinische classificatie voor afzonderlijk “aangeboren middenoorafwijkingen” (minor congenital ear anomalies) genaamd de Teunissen-Cremers classificatie en voor aangeboren afsluitingen van de gehoorgang (maior congenital ear anomalies) , die kunnen samen gaan met een stoornis in de aanleg van de oorschelp, welke classificatie de Altmann-Cremers classificatie heet”.

Hij introduceerde in 1988 in Nederland het in het schedelbeen verankerde beengeleidingshoortoestel (BAHA) In 1996 het implanteerbare hoortoestel Vibrant Soundbridge en in 2001 de Otologics MET. Cremers geldt als een pionier op het gebied van het klinisch wetenschappelijk onderzoek naar erfelijk gehoorverlies. Zijn wetenschappelijke verdiensten zijn internationaal bekroond met de Giovanni Piovani en de Anders Tjellström-award.Hij is erelid van de Nederlands-Vlaamse Werkgroep voor Paediatrische OtoRhinoLaryngology en van de Nederlandse Vereniging voor Keel-, Neus- en oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied. In 2009 is hij geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Prof. dr. Cor Cremers promoveerde halverwege de jaren zeventig op een onderzoek naar de erfelijke oorzaken van vroegkinderlijke doofheid. Hij stond hiermee aan de wieg van het vakgebied otogenetica, de studie naar de erfelijkheid van slechthorendheid en doofheid. Later was hij nauw betrokken bij de vondst van het eerste gen voor een erfelijke vorm van doofheid, gelegen op het X-chromosoom.

In het eerste deel van zijn afscheidsrede verhaalt Cremers over de wijze waarop dit vakgebied zich de afgelopen dertig jaar in Nijmegen ontwikkeld heeft. In 2010 waren er al van ruim vijftig vormen van een niet-syndromaal gehoorverlies de bijbehorende genen bekend. Nu in 2015 zijn dat er al honderd, terwijl  bovendien een veertigtal syndromen met onder meer slechthorendheid als één van de kenmerken evenzo het bijbehorend gen bekend is geworden. Dankzij nieuwe technieken zal dit aantal snel toenemen. Het tweede deel van de afscheidsrede is gewijd aan de oorchirurgie. Cremers doet aanbevelingen om in Nederland de best mogelijke kwaliteit op dit gebied te bereiken. Hij pleit voor verdere centralisatie van de oorchirurgie in Nederland en voor de vorming van meer en grotere otologische topcentra.

Bron: prof. Cremers